1. Subsidie kan worden verstrekt voor investeringen genoemd in bijlage 1.
2. Per landbouwbedrijf wordt slechts één aanvraag om subsidie in behandeling genomen.
3. De accountantsverklaring genoemd in artikel 2.3.4 lid 2 van de Verordening betreft een rapport van feitelijke bevindingen (COS 4400) over gegevens van het eigen vermogen van de onderneming en de verdeling daarvan onder de bedrijfshoofden.
4. Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.3.8 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de lijst en wordt gerangschikt op basis van het gemiddelde van de investeringscategorieën.
5. In afwijking van artikel 1.12, tweede lid van de Verordening, wordt geen subsidie verstrekt voor voorbereidingskosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
6. Indien de subsidie wordt verlaagd op basis van het aantal niet-jonge-landbouwers als bedoeld in artikel 2.3.7 lid 2 van de verordening wordt de subsidie verlaagd op basis van het aantal nietjonge-landbouwers ten tijde van de aanvraag om subsidie.
7. Indien de subsidie wordt berekend op basis van het eigen vermogen als bedoeld in artikel 2.3.7 lid 3 van de verordening wordt de subsidie berekend op basis van het aandeel van het eigen vermogen ten tijde van de aanvraag om subsidie.
Artikel 1