Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.1

Groenvoorzieningen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Ede 2015

1.. In relatie tot werkzaamheden ten behoeve van kabels en/of leidingen kan het noodzakelijk zijn dat er tevens snoeiwerkzaamheden aan groenvoorzieningen moeten worden uitgevoerd. Dit kan voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden van de grondroerder nodig zijn. De grondroerder dient dit tijdig af te stemmen met de coördinator. 2.. De gemeente bepaalt altijd of zij de werkzaamheden aan groenvoorzieningen in eigen beheer uitvoert (of laat uitvoeren), of dat de grondroerder de werkzaamheden mag uitvoeren. De afspraken daarover dienen vooraf met de coördinator te worden gemaakt. 3.. Als de grondroerder toestemming krijgt van de gemeente om de werkzaamheden aan groenvoorzieningen zelf uit te voeren geeft de gemeente aan onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren. In ieder geval geldt dan voor de grondroerder een onderhoudstermijn van 12 maanden na eerste oplevering. 4.. Indien tijdelijk uitgenomen heesters en/of beplanting (door de grondroerder) moet worden teruggebracht geldt het bepaalde in artikel 9.3. 5.. Als naar oordeel van de gemeente bomen en/of beplantingsmateriaal te diep teruggesnoeid moeten worden, worden deze als verloren beschouwd. 6.. Verloren gegaan beplantingsmateriaal zal door of in opdracht van de gemeente in een hiertoe gunstig jaargetijde door nieuw materiaal worden vervangen, conform de gemaakte afspraken (zie artikel. 9.3, derde lid). 7.. Het rooien van bomen door de grondroerder is in principe niet toegestaan. Indien het noodzakelijk is dat een boom wordt verwijderd dan mag dat uitdrukkelijk pas geschieden nadat daarvoor schriftelijk toestemming is verleend door de gemeente. In sommige gevallen dient hiervoor een omgevingsvergunning kap aangevraagd te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel