**1..** Burgemeester en wethouders brengen na 1 november van ieder jaar een rangorde aan in de voorliggende aanvragen voor het daaropvolgend kalenderjaar op basis van de mate van urgentie van de restauratie- of onderhoudswerkzaamheden zonodig in relatie tot de in het derde lid genoemde toetsingscriteria.
**2..** De navolgende onderscheidingen in urgentie worden bij de toetsing gehanteerd:
Zeer urgent: het object is in constructief opzicht zeer slechte staat; de gevraagde voorzieningen dienen op de kortst mogelijke termijn te worden uitgevoerd om een goede instandhouding van het monument te waarborgen.
Urgent: het object is in constructief opzicht in slechte staat; de gevraagde voorzieningen dienen op een termijn van één tot drie jaar te worden uitgevoerd om een goede instandhouding van het monument te waarborgen.
Minder urgent: het object is constructief in matige tot goede staat; de gevraagde voorzieningen dienen op een termijn van drie tot vijf jaar te worden uitgevoerd om een goede instandhouding van het monument te waarborgen.
**3..** Bij eenzelfde mate van urgentie van twee of meer aanvragen wordt door de navolgende criteria getoetst om de rangorde te kunnen bepalen:
De mate en wijze van onderhoud gedurende de afgelopen jaren van de huidige eigenaar in relatie tot de gevraagde voorzieningen.
Een al dan niet redelijke verhouding tussen de kosten van de voorzieningen en het te verkrijgen resultaat.
Volledigheid van de aanpak van de te verrichten restauratie- of onderhoudswerkzaamheden.
Compleetheid respectievelijk gedetailleerdheid van het restauratie- of onderhoudsplan voor de komende jaren.
De cultuurhistorische waarde van het monument.
**4..** Indien er sprake is van twee of meerdere aanvragen waarbij op grond van de in het tweede lid bedoelde toetsingscriteria geen rangorde kan worden bepaald, is de datum van ontvangst van de aanvraag doorslaggevend.