De subsidie wordt niet verleend indien één of meerdere van de navolgende situaties zich voordoen:
De aanvrager niet aantoonbaar de juridische eigenaar van het monument is of wordt.
Een eventueel voor de werkzaamheden vereiste vergunning op grond van de Monumentenverordening 1994 dan wel een anderszins vereiste vergunning niet is verleend.
De kosten van de voorzieningen kunnen worden gedekt uit de opbrengsten van een brand- en/of stormverzekering of enige andere vorm van verzekering.
De aanvrager met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de subsidie is verleend.
Door het verlenen van subsidie het in artikel 4 bedoelde subsidieplafond wordt overschreden.
De aanvrager een daarvoor door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige of ambtenaar niet toestaat om het monument te inspecteren.
Het restauratie- of onderhoudsplan geen zicht geeft op duurzaam herstel van het monument.
Door de uitvoering van de werkzaamheden de (historische) karakteristiek van het monument wordt aangetast.
De kosten van de gevraagde voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat.
Voorzover van toepassing: het bedrijf dat de voorzieningen zal treffen niet is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.