Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8:

Artikel 26

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling De Connectie

1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. 2.. Voor uittreding geldt een opzeggingstermijn van een minimaal 1 jaar, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de genoemde opzeggingstermijn. 3.. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden, binnen zes maanden na opzegging, door het Bestuur in een uittredingsplan in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 4.. De deelnemers beslissen, na toestemming van hun raden, tot het vaststellen van het uittredingsplan. 5.. De uittredingskosten worden ten laste van de uittredende gemeente gebracht. Tot deze uittredingskosten behoren: de incidentele kosten die rechtstreeks verband houden met de ontvlechting van deze gemeente uit de regeling de kosten die verband houden met de (afbouw van de) ontstane overcapaciteit Tot de ontvlechtingskosten worden eveneens gerekend de kosten die worden gemaakt voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Basis voor de berekening van de kosten van de ontstane overcapaciteit is het aandeel in de laatst vastgestelde begroting en hieruit volgende (langjarige) verplichtingen. 6. . De kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die gelden op het moment van uittreding. Wijzigingen die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet (alsnog) worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittredingskosten. 7. . Op basis van een sociaal plan zal personeel aan de uittredende partij worden toegewezen. De hiermee verbonden rechten en verplichtingen worden hiermee eveneens aan de uittredende partij overgedragen. 8. . Bedrijfsmiddelen die uitsluitend en exclusief door de uittredende partij worden gebruikt, worden door de uittredende partij tegen de resterende boekwaarde hiervan overgenomen. 9. . Het aandeel in contractuele verplichtingen met leveranciers worden, waar mogelijk en in overleg met deze leveranciers, aan de uittredende partij overgedragen. 10. . Kosten en verplichtingen die niet rechtstreeks aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend en/ of overgedragen, worden naar rato van het aandeel in de dienstverlening, tegen de contante waarde hiervan, bij de uittredende partij in rekening gebracht. 11. . Het aandeel van de uittredende partij in de reservepositie van De Connectie wordt, waar mogelijk rechtstreeks en zo nodig naar rato van haar aandeel hierin, berekend en in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. 12. . Het Bestuur van De Connectie doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden. Daartoe doet het Bestuur met de uittredende deelnemer onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen.

Rechtspraak bij dit artikel