Naar hoofdinhoud
1.. De begroting van het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt de begroting twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 3.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij door het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5.. Nadat deze is vastgesteld zendt het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de deelnemende gemeenten die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. 6.. Het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel