**1..** Het college ziet op basis van artikel 60, zevende lid van de WWB af van invordering of van verdere invordering van fraudeschulden, indien de vordering niet meer bedraagt dan € 50.000,00 en de belanghebbende:
gedurende tien jaar (120 maandtermijnen) volledig en naar draagkracht aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
gedurende tien jaar niet volledig en naar draagkracht aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten alsnog heeft betaald;
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.
**2..** De in het eerste lid genoemde termijn is vijftien jaar (180 maandtermijnen), indien de vordering tussen € 50.000,00 en € 100.000,00 bedraagt.
**3..** De in het eerste lid genoemde termijn is twintig jaar (240 maandtermijnen), indien de vordering meer dan € 100.000,00 bedraagt.
**4..** Het door het college verleende uitstel van aflossing telt mee voor de bepaling van de termijn.
**5..** Indien sprake is van recidive wordt niet tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding overgegaan.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 30.
Gedeeltelijke kwijtschelding van fraudeschulden
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Barneveld 2013