**1..** Het college maakt ten volle gebruik van de bevoegdheid tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op uitkering, indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering en ongeacht de in artikel 8, eerste lid genoemde betalingstermijn, zoals deze haar toekomt op grond van artikel 60, derde lid van de WWB en artikel 28, derde lid van de IOAW/IOAZ.
**2..** Bij de beëindiging van uitkering wordt het restant vakantiegeld, op grond van artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek, verrekend met de openstaande vordering.
**3..** Het college verrekent de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de uitkering als bedoeld in artikel 58, vierde lid WWB en artikel 25, vierde lid van de IOAW/IOAZ.
**4..** Wanneer de bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van artikel 52, eerste lid van de WWB een voorschot is verleend, wordt deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende verrekend met dit voorschot als bedoeld in artikel 52, vierde lid van de WWB.
**5..** In de gevallen bedoeld in artikel 60, zesde lid, onder a van de WWB en artikel 28, zesde lid, onder a van de IOAW en IOAZ verrekent het college, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn.
**6..** Indien de bijstand is verleend in de vorm van een geldlening wordt de geldlening verrekend met de uitkering.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 9.
Verrekening
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Barneveld 2013