Geen haven- en kadegeld wordt geheven voor het gebruikmaken van een
haven en/of kade ten behoeve van:
rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare
dienst;
hospitaalschepen;
vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de
havenmeester aantonen, dat zij wegens ernstige
familie-omstandigheden of om redenen van overmacht van de haven
en/of kade gebruik moeten maken en mits niet wordt gelaten en/of
gelost;
vaartuigen, welke aanleggen tot het doen van inkopen van
levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uren en
gedurende die tijd niet wordt geladen en/of gelost;
vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen en passagierschepen
welke tussen zaterdag 12.00 uur of tussen 12.00 uur van de dag,
onmiddellijk voorafgaande aan een algemeen erkende Christelijke
feestdag en 6.00 uur van de dag, onmiddellijk volgende op de
zondag of een algemeen erkende Christelijke feestdag in de haven
(aan de kade) verblijft, zonder te hebben geladen en/of
gelost;
vaartuigen, die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen,
mits niet wordt geladen en/of gelost. De ijsgang wordt gerekend
aan te vangen met de dag, waarop van rijkswege de boeien worden
weggenomen en op te houden met de dag, waarop deze boeien worden
herplaatst;
bij vaartuigen behorende roeiboten;
pleziervaartuigen, voor het opnieuw van de haven en/of kade
gebruik maken binnen het tijdvak, waarvoor haven- en kadegeld is
voldaan.
Afdeling III
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lig-, haven- en kadegelden in de gemeente Doesburg