Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan
wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen
voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen
bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor
een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of
voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor
recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of
gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting
bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen
of geplaatst houden van kampeermiddelen.
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van
eenzelfde kampeermiddel gedurende een periode van ten
minste 6 maanden.
volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte
dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing
van verschillende kampeermiddelen.
woning: een huis, een naar aard en inrichting
vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis
of een vergelijkbaar onderkomen.
particulier: een natuurlijk persoon die buiten de
uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt
tot verblijf.
particulier verhuurde woning: een woning die door een
particulier ter beschikking wordt gesteld voor het
houden van verblijf met overnachting tegen een
vergoeding in welke vorm dan ook.
Voor woningen, niet zijnde particulier verhuurde woningen en
voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal
overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de
belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.
Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
tot woningen, niet zijnde particulier verhuurde woningen, en
kampeermiddelen op vaste standplaatsen bepaald op 2,4.
Het aantal malen dat door de in het derde lid bedoelde personen
is overnacht, wordt als volgt berekend:
het aantal overnachtingen gesteld op:
als de woning, niet zijnde een particulier verhuurde woning en
het kampeermiddel op een vaste standplaats geschikt is voor
gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:
meer dan
maar niet meer dan
1.60 nachten
6 maanden
9 maanden
2.95 nachten
9 maanden
12 maanden
In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid wordt,
op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan
verzoek, de heffingsgrondslag vastgesteld op het werkelijke
aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is,
dan het aantal dat is berekend op grond van de in deze leden
opgenomen forfaits.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016