Het is verboden de weg anders te gebruiken dan
overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:25;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28c;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
is verleend.
Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de
volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in
de nadere regels uit hoofde van het vierde lid:
uitstallingen;
bouwobjecten;
reclameborden;
plantenbakken en banken;
nader door het college aan te wijzen categorieën van
voorwerpen.
Door of namens het college worden in het belang van de
openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels
gesteld ten aanzien van de categorieën van voorwerpen als
bedoeld in het derde lid.
5 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken,
artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen
Noord-Brabant 2010.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016