In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of
anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
het exploiteren van het geen in het maatschappelijk verkeer
wordt aangeduid als een smartshop, headshop, belshop of
internetcafé.
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en
risico de inrichting wordt geëxploiteerd.
leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke
personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de
exploitatie van de inrichting.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 10a
Artikel 2:40a
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016