Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats
of op het terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan
de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
noodzakelijk vindt;
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de
houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
noodzakelijk vindt.
In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt
voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
buikwand.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen,
die door middel van een stevige leren riem rond de
hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder
toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig
is ingericht dat de drager geen mens of dier kan
bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een
geringe opening van de bek toelaat en dat geen
scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
niet langer is dan 1,50 meter.
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d,
dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
uniek identificatienummer door middel van een microchip die
met een chipreader afleesbaar is.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 11
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016