De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:74 tot
en met 2:74d een verbod opleggen om zich gedurende een in
dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 14 dagen te
bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
plaatsgehad.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen 1 jaar na het
opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde
artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te
bevinden op de in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in
de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
plaatsgehad.
De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid
genoemde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste en
tweede lid.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 14.
Artikel 2:74d
Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met drugs
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016