In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een
seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het
publiek brengt;
Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is
aangesteld voor de feitelijke leiding van een
seksbedrijf;
Escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm
van bemiddeling tussen klant en prostituee;
Exploitant: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die
rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens
rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;
Klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant
van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden
seksuele diensten;
Prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
betaling;
Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
Raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het
werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar
is vanuit een voor publiek toegankelijk plaats;
Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van
seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit
het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van
erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen
betaling;
Seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten
ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
Werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een
seksinrichting waarin de seksuele handelingen met ene ander
tegen betaling worden verricht.
HOOFDSTUK 3. › AFDELING 1.
Artikel 3:2
Begripsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016