In deze afdeling wordt verstaan onder:
Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;
inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
Besluit;
houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
drijft;
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
behorende bij de betreffende inrichting;
g.geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
betreffende inrichting;
h.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek
en is het Besluit van toepassing;
i.langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr.LT) het gemiddelde van
de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid,
gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld
overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;
j.geluidniveau: (LAmax) maximaal geluidsniveau gemeten in de
meterstand <F> of <fast>, als vastgesteld en beoordeeld
overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
2.20 dan wel artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van
deze verordening gelden niet voor door of namens het college
per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
een of meer delen van de gemeente.
Door of namens het college wordt de aanwijzing ten minste
vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar
bekend.
Door of namens het college kan wanneer een collectieve
festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een
festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld
in het eerste lid aanwijzen.
Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve
festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
opgenomen in onderstaande tabel.
7.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
53 dB(A)
48 dB(A)
43 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
78 dB(A)
73 dB(A)
68 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
63 dB(A)
58 dB(A)
53 dB(A)
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
buiten beschouwing gelaten.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 dan wel 6.12
van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening-
uiterlijk om 02:00 uur te worden beëindigd.
De collectieve ontheffing geldt niet voor horecabedrijven,
die geen afdoende geluidwerende voorzieningen hebben
aangebracht ten einde te voorkomen dat de algemeen geldende
geluidnormen, zoals opgenomen in het Besluit, tijdens de
normale bedrijfsvoering worden overschreden en/of gedurende
een periode zes maanden voorafgaande aan de datum de
geldende geluidsnorm hebben overtreden.
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.20 dan
wel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting
ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het
college daarvan in kennis heeft gesteld.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
college daarvan in kennis heeft gesteld.
Door of namens het college stelt een formulier vast voor het
doen van een kennisgeving.
De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
het college op verzoek van de houder van een inrichting een
incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
was, terstond toestaat.
Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele
festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
opgenomen in onderstaande tabel.
7.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
53 dB(A)
48 dB(A)
43 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
83 dB(A)
78 dB(A)
73 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
buiten beschouwing gelaten.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 dan wel 6.12
van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.
De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
buitenruimte.
De incidentele ontheffing geldt niet voor horecabedrijven,
die geen afdoende geluidwerende voorzieningen hebben
aangebracht ten einde te voorkomen dat de algemeen geldende
geluidnormen, zoals opgenomen in het Besluit, tijdens de
normale bedrijfsvoering worden overschreden en/of gedurende
een periode van zes maanden voorafgaande aan de verzochte
datum de geldende geluidsnorm hebben overtreden.
Artikel 4:4 (gereserveerd)
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde
lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e.
opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande
dat:
de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
gevoelige gebouwen niet gelden indien de
gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren
van geluidsmetingen;
de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
gevoelige terreinen op de grens van het
terrein;
de waarden in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
verblijfsruimten;
bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
tabel e
7.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Voor de duur van 12 uur in de week is onversterkte muziek,
vanwege het oefenen door
muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en
avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
het eerste lid. Indien versterkte elementen worden
gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
van toepassing.
Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
van deze verordening van toepassing is.
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
Vuurwerkbesluit of bij Provinciale Verordening.
Artikel 4:6a Mosquito
In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke
hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg
te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.
In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op
een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken
ernstige overlast door jongeren op die plaats.
De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.
Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
overlast redelijkerwijs valt te verwachten.
Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten
hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens
met een periode van ten hoogste 6 maanden verlengen.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 1.
Artikel 4:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016