Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
hebben, indien dit doorzijn omvang of vormgeving,
constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
openbaar water.
Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
weken tevoren een melding aan het college.
De melding bevat in ieder geval naam, adres en
contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
aard en omvang van het voorwerp.
Van de melding wordt kennis gegeven [op de in de gemeente
gebruikelijke wijze van bekendmaking].
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
Waterwet, Verordening water Noord- Brabant, de
Telecommunicatiewet of Algemene Verordening Ondergrondse
Infrastructuren.
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
hebben dan wel een ligplaats voor een
vaartuig beschikbaar te stellen op door of namens het college
aangewezen gedeelten van openbaar water.
Door of namens het college kunnen aan het innemen, hebben of
beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een
vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen
gedeelten van openbaar water:
nadere regels worden gesteld in het belang van de openbare
orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
aanzien van de gemeente;
beperkingen worden gesteld naar soort en aantal
vaartuigen.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening
water Noord- Brabant
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats
1.Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
bepaalde kan het college aan de rechthebbende
op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
veranderen of gebruik van een ligplaats
in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
milieuhygiëne en het aanzien van de
gemeente.
2.De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
het college gegeven aanwijzingen met
betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats
op te volgen.
3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de
Waterwet, Verordening water Noord- Brabant.
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
te stellen in strijd met het krachtens artikel
5:26, tweede lid bepaalde.
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
brengen in de toestand van bij de
gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen,
kaden, trekpaden, beschoeiingen,
oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
bakens of sluizen.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water
Noord- Brabant.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
daartoe bij het water aangebracht voorwerp
te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik
ongeschikt te maken.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
ondervinden.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet
of de Verordening water Noord- Brabant.
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
1.Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
vaartuig in openbaar water, daarop te
klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
vaartuig, liggend in of aan een openbaar water,
los te maken.
Artikel 5.31a Gebruik van vaartuigen
Het is verboden om op alle wateren in de gemeente zich met
een vaartuig te begeven welke niet wordt voortbewogen door
gebruikmaking van peddels of roeispanen dan wel een
elektrisch of door spierkracht aangedreven motor of
motorvaartuigen die een vermogen hebben van niet meer dan 6
pk (4,41 kilowatt).
Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
op vaartuigen welke in gebruik zijn bij instanties welke
belast zijn met toezichthoudende of hulpverleningstaken of
instanties welke onderhoud moeten plegen aan de
waterwerken.
Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod
ontheffing verlenen en hieraan voorschriften verbinden.