Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
maanden of geldboete van de tweede categorie.
In afwijking van het eerste is artikel 1a van de Wet op de
economische delicten van toepassing op overtreding van het
bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11,
tweede lid en artikel 2:12, eerste lid.
Artikel 6:2 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze verordening, behoudens Hoofdstuk 3, zijn belast
naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
genoemde opsporingsambtenaren, belast de als buitengewoon
opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals
bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en de
ambtenaren van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant die
vanuit hun functie belast zijn met toezicht en/of
handhaving.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere
personen belasten met het toezicht, bedoeld in het eerste
lid.
Met het toezicht op de naleving van het bij hoofdstuk 3 bepaalde
zijn belast de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141,
onder b, van het Wetboek van Strafvordering.
De burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het
toezicht, bedoeld in het derde lid;
Onverminderd het eerste tot en met vierde lid zijn de ambtenaren
van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek
van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de
naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven
voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de
opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze
verordening, behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften die
strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn
bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming
van de bewoner.
De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover
zij zijn belast met de opsporing van de strafbare feiten,
bedoeld in de artikelen 3:14, tweede en derde lid, en 3:21,
eerste lid, zijn bevoegd zonder toestemming van de bewoner in
een woning binnen te treden waar een overtreding van een
dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd of naar hun redelijk
vermoeden wordt gepleegd.
De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren zijn in het
kader van hun toezichtstaak bevoegd zonder toestemming van de
bewoner in een woning binnen te treden, als daar bedrijfsmatig
prostitutie plaatsvindt.
Artikel 6:4 Inwerkingtreding
De Algemene Plaatselijke Verordening 2012 en de eerste en tweede
wijziging hierop wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking op de 8ste dag na
bekendmaking.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene Plaatselijke
Verordening 2016”.