**1..** De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**3..** De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**4..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen gelijk aan of lager dan 50 procent van de gehuwdennorm;
meerderjarige kinderen die alleen studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
meerderjarige kinderen die alleen een tegemoetkoming ontvangen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
verzorgingsbehoevenden die door de uitkeringsgerechtigde of jongere worden verzorgd.