Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Geheimhouding

Onderdeel van Verordening op de Vertrouwenscommissie

1.. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld. 2.. De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet. 3.. De commissie legt bij elke vergadering en elk gesprek, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het gesprek. De voorzitter van de commissie ziet erop toe dat hieraan wordt voldaan. 4.. De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden, die geen zitting hebben in de commissie, en aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 6 van deze verordening, geen inzage in of informatie omtrent de inhoud van de stukken bestemd voor en uitgaand van de commissie ter vergadering of in het gesprek verstrekt wordt. 5.. De in dit artikel bedoelde geheimhouding brengt met zich mee dat de leden van de commissie mondeling noch schriftelijk inlichtingen over de kandidaten inwinnen bij derden of geven aan derden. 6.. De secretaris nodigt op verzoek van de commissie de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie. De commissie treft voorzieningen met betrekking tot de wijze waarop de privacy van de sollicitanten wordt beschermd, bijvoorbeeld door de plaats en het tijdstip van de gesprekken zodanig te kiezen dat de vertrouwelijkheid van de gesprekken gewaarborgd is. 7.. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaats-vervangend) secretaris en de adviseurs. 8.. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel