Lid 1
De beoordeling van een medewerker betreft de wijze waarop de medewerker zijn functie of taken heeft vervuld gedurende het beoordelingstijdvak.
Lid 2
De beoordeling geschiedt op basis van de functie(-eisen), vaardigheden en gedrag en betreft de kwaliteit van het functioneren van de medewerker met inachtneming van de op het functioneren van de medewerker van invloed zijnde in- en externe factoren.
Lid 3
Indien geen beoordeling heeft plaatsgevonden, wordt het functioneren van de medewerker gelijkgesteld aan functioneren “volgens de gestelde eisen”.