Lid 1
Het declareren vindt digitaal plaats met ingang van 1 maart 2016. Uitbetaling van reis- en verblijfkosten geschiedt maandelijks achteraf op declaratiebasis. Declaraties dienen voorzien te zijn van originele, deugdelijke bewijsstukken.
Lid 2
Kosten die reeds op andere wijze worden vergoed, kunnen niet worden gedeclareerd.
Lid 3
Eventuele voorschotten worden indien mogelijk binnen een maand verrekend.
Lid 4
In geval van twijfel over een declaratie, wordt de kwestie voorgelegd aan de gemeentesecretaris. Indien nodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd.
Lid 5
De declaraties worden digitaal geaccordeerd door de leidinggevende.
Lid 6
Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis-/ of verblijfkosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij de leidinggevende is ingediend.