Naar hoofdinhoud
De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 31 van de Wet waardering onroerende zaken bestaan jegens de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken, gelden mede jegens de volgende personen: de ambtenaren belast met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet; de externe taxateurs aan wie de waardering van onroerende zaken is opgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel