De door het college van burgemeester en wethouders aangestelde gemeentelijke
belastingambtenaren, in de functie van Handhaver B of C bij de afdeling
Vergunning, toezicht en handhaving te mandateren om namens de heffings- en
invorderingsambtenaar de onderstaande bevoegdheden, genoemd in de artikelen
225, 234 en 235 van de Gemeentewet, de artikelen 47 en 49 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de
Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet, te
verrichten:
het opleggen van een naheffingsaanslag;
het aanleggen van een wielklem;
het verrichten van werkzaamheden tot het wegslepen van een
auto;
het vragen van gegevens en inlichtingen van
belastingplichtigen.