Naar hoofdinhoud
Gelet op het gestelde in artikel 3:2 van de CAR-UWO gelden de volgende aanvullende bepalingen. Een medewerker heeft recht op salaris vanaf de dag waarop het dienstverband van de medewerker ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit of de arbeidsovereenkomst geen ingangsdatum is opgenomen, vangt het recht op salaris aan op de dag waarop de medewerker feitelijk werkzaamheden is gaan vervullen. Het salaris wordt gebaseerd op de gemiddelde arbeidsduur per week en wordt uitbetaald per maand. Wanneer het salaris of een salaristoelage moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. Het salaris of een salaristoelage van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris of van de salaristoelage dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking. Het recht op salaris eindigt in geval van ontslag met ingang van de dag waarop het einde van hetdienstverband ingaat, tenzij er sprake is van een uitzonderingssituatie als gevolg van artikel 16:1:2 van de CAR-UWO. Een dergelijke situatie wordt altijd voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders, waarbij er sprake is van onderbouwing van redenen die deze uitzondering rechtvaardigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel