In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de door het college ingestelde warenmarkt(en);
marktterrein: het gebied/de gebieden, zoals aangegeven op de situatietekeningen, behorende bij het Instellingsbesluit warenmarkten;
marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
branche: een door het college te bepalen soort of assortiment van waren of goederen;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;
anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats als bedoeld in artikel 8;
verkoopwagen/markavan: een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen;
college: het college van burgemeester en wethouders.
Paragraaf 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Tiel 2005