Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van 1e wijziging van de Financiële verordening Sluis 2014

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. 2.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 4.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 6.. Voor lasten, baten, investeringskredieten, mutaties van reserves en dotaties aan voorzieningen die niet in de programmabegroting zijn opgenomen, legt het college een afzonderlijk voorstel ter autorisatie aan de raad voor. 7.. In afwijking van lid 6 geldt dat autorisatie door de raad achteraf plaatsvindt door middel van een begrotingswijziging voor niet in de programmabegroting opgenomen: Investeringskredieten tot en met € 50.000; Mutaties van eenmalige of structurele baten en lasten tot en met € 25.000; Mutaties van reserves en dotaties aan voorzieningen tot en met € 25.000. 8.. Voorstellen voor budgetoverheveling worden getoetst aan de volgende criteria: Beleidsinhoudelijke noodzaak; Inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe jaar; De overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten; De betreffende budgetten mogen voor één jaar worden overgeheveld naar het nieuwe boekjaar; Het minimumbedrag voor de overheveling bedraagt € 25.000 per post. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van deze grens. Het college verzoekt de raad vóór 1 januari van het volgende jaar de over te hevelen budgetten toe te voegen aan de algemene reserve onder opgave van de betreffende budgetten waarop het verzoek betrekking heeft en de redenen van het verzoek. De budgetten worden in het volgend jaar bij begrotingswijziging op de begroting gebracht waarbij de onttrekking aan de reserve als dekking dient.

Rechtspraak bij dit artikel