**1..** Burgers hebben meespreekrecht. Zij kunnen meepraten c.q. het
woord voeren over een geagendeerd onderwerp.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
het vragenhalfuur
vaststellen van de agenda
advieslijst
berichten uit het college
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
personen
**3..** De voorzitter inventariseert aan het begin van de vergadering
wie gebruik wenst te maken van het
meespreekrecht. Burgers die van het meespreekrecht gebruik
willen maken melden dit voor
aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij
vermeldt daarbij zijn naam, eventueel
het (email)adres en/ of telefoonnummer en het onderwerp
waarover hij het woord wil voeren.
**4..** De meespreker krijgt bij het betreffende agendapunt, aan het
begin van iedere termijn van de commissie de mogelijkheid om
kort en bondig zijn zienswijze over een onderwerp in te
brengen.
**5..** De meespreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
verleend. Nadat de meespreker
het woord heeft gevoerd kan elke fractie in iedere termijn aan
de meespreker maximaal één aanvullende vraag stellen.
**6..** Burgers hebben geen adviesbevoegdheid. De leden van de commissie
bepalen het advies en kunnen de inbreng van een burger mee laten
wegen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Meespreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016