Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 28

Handhaving orde; schorsing vergadering

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010

1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter of een lid het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. 2.. De voorzitter kan interrupties toestaan. Deze dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3.. Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid van de Gemeentewet kan de voorzitter  ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel