Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2.. Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.. Een in behandeling komende motie wordt zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan de leden van de raad rondgedeeld, tenzij de voorzitter heeft bepaald dat met voorlezing kan worden volstaan. 4.. Een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel kan worden ingediend zolang de beraadslaging over het aanhangig onderwerp of voorstel nog niet is gesloten. 5.. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 6.. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de ageda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Een lid kan voorstellen de motie op een ander tijdstip te behandelen. Artikel 41, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 7.. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel