Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Behandeling door de raad

Onderdeel van Verordening burgerinitiatief gemeente Neder-Betuwe 2016

1.. De voorzitter van de raad toetst het burgerinitiatief aan deze verordening. Als het initiatief in zijn ogen aan de eisen uit deze verordening voldoet, stelt hij de raad schriftelijk voor het voorstel te agenderen. Als het initiatief in zijn ogen niet aan de eisen uit deze verordening voldoet, stelt hij, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, de raad schriftelijk voor het voorstel niet te agenderen. 2.. De voorzitter van de raad voegt bij zijn voorstel een ambtelijk opgemaakt proces-verbaal van de toetsing van de ondertekenaars aan de informatie uit de Basisregistratie Personen. 3.. Er dient ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist. 4.. De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. 5.. De raad neemt een besluit over het in artikel 6 lid 2 onder a gevraagde (ontwerp)besluit. 6.. De raad kan besluiten het burgerinitiatief aan te houden en bepaalt daarbij op welke datum er alsnog een besluit wordt genomen. 7.. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit genomen heeft, wordt dit besluit op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan. 8.. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 9.. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel