Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1 Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:
een afvalstoffenheffing;
reinigingsrechten.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere
huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die
afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
perceel: een onroerende zaak, of een gedeelte daarvan, die blijkens indeling
en inrichting is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding
waarin geregeld afvalstoffen kunnen ontstaan.
‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin
van artikel
15.33 Wet milieubeheer;
grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te
zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen
aan de inzameldienst te worden aangeboden;
bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen
of gevaarlijke afvalstoffen;
grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld;
vakantieonderkomen: een vakantieonderkomen in de zin van artikel 2, sub a
van de ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;
kamerverhuur: de verhuur van een kamer in de zin van artikel 2 sub e van de
‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;
slaapplaats: slaapplaats in de zin van artikel 6 lid 3 van de ‘Verordening
toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven
als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de
artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende
tarieventabel.
Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in hoofdstuk
3 van de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
aangemerkt.
Artikel 6 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar worden geheven is het
belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven
bij wege van aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een
afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geheven
bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de
in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen worden betaald in vier gelijke
termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van lid 1 geldt dat de in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen
moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de
aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal
termijnen ten hoogste vier bedraagt.
In afwijking van lid 2 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel
van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de
in artikel 7, lid 2, genoemde aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na
dagtekening van het aanslagbiljet.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
gestelde termijnen.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten
Artikel 10 Belastbaar feit
Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik
van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of
inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 11 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen,
werken of inrichtingen, bedoeld in artikel 10, gebruik maakt.
Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in hoofdstuk
4 van de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
aangemerkt.
Artikel 13 Wijze van heffing
De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel worden geheven bij
wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
Artikel 14 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
tijdsgelang
De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij
de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de
bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 15 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten
de in artikel 13 genoemde aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na
dagtekening van het aanslagbiljet.
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
gestelde termijnen.
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen
Artikel 16 Nadere regels door het college van burgemeester en
wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.
Artikel 17 Kwijtschelding
1. Bij de invordering van afvalstoffenheffing (Hoofdstuk II) kan uitsluitend
kwijtschelding worden verleend voor de in artikel 2.1 de leden 1a en 2a, van
de tarieventabel genoemden belastingen.
2. Bij de invordering van reinigingsrechten (Hoofdstuk III) wordt geen
kwijtschelding verleend.
Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel
1. De Verordening reinigingsheffingen 2015, vastgesteld bij raadsbesluit van
15 december 2014, worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid
genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
van bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.
4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen
2016”.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2016