De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien na het verlenen van de omgevingsvergunning, op grond van
verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening,
wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de
belangen ter bescherming waarvan omgevingsvergunning is
vereist;
indien ter verkrijging onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
indien aan de omgevingsvergunning voor het vellen verbonden
voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien de houder dit verzoekt.