De doeleinden bedoeld in artikel 6, lid 1 , sub c, zijn:
verwerving door de deelnemer of diens partner van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001:
door de deelnemer te betalen premies (koopsommen), anders dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een lijfrente-overeenkomst;
premies, anders dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een kapitaalverzekeringsovereenkomst;
de door de deelnemer vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964;
financiering van scholingsuitgaven door de deelnemer voor het volgen van:
een opleiding of studie door de deelnemer met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning met uitzondering van kosten:
die verband houden met een werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting;
van binnenlandse reizen voorzover die meer bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste onderdeel b van de Wet op de loonbelasting 1964.
cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door de deelnemer ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
opnames ter zake van compensatie van niet genoten loon door de deelnemer als gevolg van opname van (gedeeltelijk) onbetaald verlof, tot maximaal 50% van het niet genoten loon, mits de dienstbetrekking ten tijde van het (gedeeltelijk) onbetaald verlof ongewijzigd blijft voortbestaan.
opnames voor de start van activiteiten uit welke de deelnemer vermoedelijk als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zal gaan genieten.
opnames voor de betaling van kosten kinderopvang tot maximaal eenzesde van de aan de werknemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Rechtstreekse (periodieke) betalingen, gedaan als betalingen overeenkomstig de erkende bestedingen a tot en met f worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste van de speciale spaarrekening.
Met betrekking tot de onder “Bestedingsdoeleinden” genoemde bestedingen zullen maximaal twee opnames per jaar ten laste van de speciale spaarrekening worden toegelaten.