Het primaat bij de maatwerkvoorzieningen in de vorm van een woonvoorziening ligt bij verhuizen naar een geschikte woning. Daarvoor kan een bijdrage voor de verhuis- en inrichtingskosten worden verstrekt van maximaal € 3.000. Een voorwaarde hiervoor is dat dit niet voorzienbaar of te plannen was. Daarnaast dient de cliënt wel feitelijk te zijn verhuisd naar een, voor zijn beperkingen en op dat moment beschikbare, meest geschikte woning.
Het aanbieden van een geschikte woning, waar de cliënt naar toe kan verhuizen, is niet primair de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel kan de gemeente op verzoek informatie verschaffen over het beschikbare aanbod.
In sommige gevallen is het primaat van verhuizen niet de goedkoopst passende oplossing. Daarnaast is het mogelijk om toch voor een woningaanpassing in aanmerking te komen, als de kosten van een woningaanpassing hoger zijn dan de primaatgrens oftewel de verhuiskostenvergoeding. Voorwaarde is echter dat dit een betere oplossing is dan verhuizen. In dat geval bedragen de kosten van een woningaanpassing maximaal het bedrag van de verhuiskostenvergoeding. Overige noodzakelijke aanpassingen moeten dan door de cliënt zelf worden gerealiseerd. Een voorbeeld is dat verhuizen niet de goedkoopst passende oplossing is vanwege aanwezigheid van het eigen sociale netwerk, omdat dit dan weg valt. Wanneer de cliënt na verhuizing naar zijn nieuwe woning meer professionele hulp nodig heeft dan in de bestaande situatie, dan is dit uiteraard niet meer de goedkoopst passende oplossing.
Als het primaat niet in zulke gevallen niet wordt toegepast, dan moet hier binnen het arrangement in het leefzorgplan gemotiveerd van worden afgeweken.
Een woningpassing, als maatwerkvoorziening om zelfstandig te blijven wonen in de eigen leefomgeving zoals bedoeld in artikel 4.3 van het besluit nadere regels, kan bestaan uit niet-bouwkundige (losse) voorzieningen of uit bouwkundige (woning)aanpassingen. Wanneer het noodzakelijk is om de woning toegankelijk te maken en de dagelijkse woonfuncties te verrichten, zoals slapen, eten, wassen, koken en verplaatsingen in de woning, kan een (bouwkundige) voorziening worden toegekend om het langer thuis wonen mogelijk te maken. Bij het bezoekbaar maken geldt dat de woning die bezoekbaar dient te worden gemaakt, gelegen moet zijn in de gemeente Venlo. Met bezoekbaar maken wordt bedoeld dat de cliënt de woonruimte, de woonkamer en één toilet kan bereiken.
Binnen de woningaanpassingen ligt het primaat bij de niet bouwkundige (losse) woonvoorzieningen omdat deze in de regel het goedkoopst passend zijn. In sommige gevallen is een woningaanpassing ook niet mogelijk bijvoorbeeld vanwege de aard of indeling van de woning of de onderhoudsstaat. In de regel wordt alleen een voorziening in het hoofdverblijf toegekend. Aanpassingen voor een therapeutisch doel worden niet vergoed omdat deze via andere wegen voor financiering in aanmerking (kunnen) komen.
Wanneer er een woningaanpassing is toegekend, worden er tenminste twee offertes opgevraagd. Alleen de kosten die direct te maken hebben met de te treffen woonvoorziening worden vergoed. Het kan in elk geval gaan om de aanneemsom, de leges voor het treffen van de voorziening, de verschuldigde en niet-verrekenbare omzetbelasting, renteverlies vanwege betalingen aan derden tot de datum van gereed melding, kosten voor technisch onderzoek en advies, heraansluiting op de openbare nutsvoorziening, kosten van bodemonderzoek. Indien er een pgb wordt toegekend kan er een korting op de kosten worden toegepast zoals omschreven in artikel 5.2, lid 4 van het besluit.
Een traplift kan bijvoorbeeld worden toegekend wanneer de basisruimtes in de woning op een bovenverdieping liggen en verplaatsing van deze ruimten naar de begane grond geen optie is. Het is belangrijk dat de cliënt deze traplift zelfstandig kan bedienen, veilig kan gebruiken en dat dit bouwkundig mogelijk is. Trapliften worden in bruikleen verstrekt en wanneer deze niet meer nodig zijn, worden ze verwijderd tenzij een achterblijvende partner of een nieuwe bewoner hier een toekenning voor krijgt of het mogelijk is op basis van het besluit om deze over te nemen. Wanneer de toekenning niet op naam kan worden overgezet, omdat dit volgens de beoordeling van het kernteam niet noodzakelijk is, kan de traplift toch tegen een separaat door het college vastgesteld bedrag worden overgenomen.
Er kan een woonvoorziening worden toegekend voor gemeenschappelijke ruimtes indien dat nodig is om toegang te hebben tot de eigen woning, bijvoorbeeld automatische deuropeners, een hellingbaan of een verbrede toegangsdeur.
Voor openbare gebouwen zoals onderwijsinstellingen is in het bouwbesluit (www.onlinebouwbesluit.nl) geregeld, dat het een garantie geeft voor het basisniveau van toegankelijkheid. Gemeenten moeten aan de hand van het bouwbesluit controleren of openbare gebouwen aan de regels voldoen en het bouwbesluit ook zelf handhaven.
Hoofdstuk
Artikel 1.5
Maatwerkvoorzieningen voor het zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving
Onderdeel van Beleidsregel richtlijnen voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoeft 2016