Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

Criteria en weigeringsgronden

Onderdeel van Besluit nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2016

De cliënt komt in aanmerking voor een aanvraag wanneer er sprake is van een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. De cliënt komt in aanmerking voor een tegemoetkoming als de beperking zoals bedoeld in lid 1 aannemelijke meerkosten met zich meebrengt, in de vorm van directe en indirecte extra kosten die niet of slechts gedeeltelijk op grond van een voorliggende voorziening of op andere wijze worden vergoed. Van een voorliggende voorziening is sprake als er een andere financiële tegemoetkoming mogelijk is op grond van een andere wettelijke bepaling waarop de cliënt aanspraak kan maken voor het geheel of gedeeltelijk voldoen van zijn meerkosten. De cliënt dient woonachtig te zijn in de gemeente Venlo met inachtneming van artikel 1.2.1, sub a Wmo 2015. Als peildatum wordt gehanteerd 31 december van het kalenderjaar, dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Er dient sprake te zijn van: een laag inkomen dat het toetsingsinkomen niet te boven gaat, en een bescheiden vermogen, dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat. Indien reeds een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld op grond van het armoedebeleid, en daarbij is vastgesteld dat het inkomen niet hoger is dan het relevante toetsingsinkomen, kan het college besluiten dat het inkomen niet opnieuw wordt getoetst. De criteria zoals bedoeld in lid 6 en 7 worden nader uitgewerkt in de beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel