**1..** Een voorziening kan slechts worden toegekend voorzover:
deze in overwegende mate op het individu is
gericht;
deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op
het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de
woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;
deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
goedkoopst adequate voorziening kan worden
aangemerkt.
**2..** In afwijking van hetgeen in het eerste lid onder sub a is
gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van het
gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel
3.1 onder a.
**3..** Geen voorziening wordt toegekend:
indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
algemeen gebruikelijk is;
voorzover op grond van enige andere wettelijke regeling
of enige privaatrechtelijke overeenkomst of verbintenis
aanspraak op de voorziening bestaat.
AFDELING I. › Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2
Beperkingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten