**1..** Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
3.1 onder a vermeld in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk
maken.
**2..** Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
3.1 onder b en c vermeld in aanmerking worden gebracht
wanneer:
aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek
het gebruik van openbaar vervoer, het bereiken van dit
openbaar vervoer dan wel het gebruik van het collectief
systeem als bedoeld in het eerste lid onmogelijk
maken.
**3..** Voor de bij artikel 3.1. onder b sub 1, 2, 3 en onder c sub 1
tot en met 5 genoemde voorzieningen geldt, dat zij ook in
aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als
bedoeld in artikel 3.1 onder a verstrekt kunnen worden.
**4..** Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële
tegemoetkoming voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 3.1.
onder c sub 2, 3 en 4 kan rekening worden gehouden met de mate
waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1
onder a in die vervoersbehoefte kan voorzien, danwel de
voorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 onder b in de
vervoersbehoefte kunnen voorzien.
**5..** Voorzover de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik
kan worden gemaakt van dezelfde voorziening, bepalen
burgemeester en wethouders, rekening houdend met de
samenvallende behoefte, de hoogte van de toe te kennen
voorziening.