**1..** Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
van het parkeren in werking wordt gesteld;
een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
verstreken.
**3..** Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet wanneer aan de
eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
voor het parkeren op de betreffende categorie
parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
voorzien van de vergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de
aan de vergunning verbonden voorschriften.
**4..** Het in het tweede lid aangehaalde verbod is niet van toepassing op
parkeerappa-ratuurplaatsen waar op grond van de
parkeerbelastingverordening naheffingsaanslagen worden opgelegd
wegens het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
bepaalde in het tweede lid van dit artikel.