1.De uitoefening van de navolgende bevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij of krachtens wettelijk voorschrift of delegatie toekomen, wordt opgedragen aan de Eenheidsmanager - voor zover het betreft van taken voortvloeiende uit de Wet maatschappelijke Ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
A.Algemeen
1.
Het geven van instructies over de werkwijze in wijkteams aan wijkteams en wijkteammedewerkers over de uitoefening van de door het college van burgemeester en wethouders aan de wijkteams opgedragen taken, gehoord de relevante Adviesraad.
2.
Het verrichten van feitelijke handelingen ter voorbereiding en uitvoering van de in de aanhef van dit artikel genoemde taken.
3.
Het verstrekken van bevestigingen en bewijzen van ontvangst.
4.
Het doorzenden van geschriften als bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
5.
Het doen van openbare bekendmakingen en het doen van kennisgevingen en mededelingen van voorgenomen en genomen beslissingen en van voorgenomen en verrichte andere handelingen.
6.
Het toezicht houden en handhaven van de openbare orde in de voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven, waar de wijkteams zijn gehuisvest, inclusief het geven van bevelen met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid en inclusief het ontzeggen van de toegang tot de voor de openbare dienst bestemde ruimten, indien zulks noodzakelijk moet worden geacht in het belang van de handhaving van de openbare orde of de voortgang van de werkzaamheden in die ruimten, dan wel op grond van het eigendomsrecht van de gemeente.
B.Privaatrechtelijke rechtshandelingen (bv. overeenkomsten)
1.
Het beslissen tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen, met dien verstande dat de eenheidsmanager deze bevoegdheid slechts heeft voor zover de verplichting die voor de gemeente wordt aangegaan het bedrag van één miljoen euro niet te boven gaat*.
2.
Het besluiten tot het aanvaarden van erfstellingen, schenkingen en legaten tot een bedrag van ten hoogste vijftigduizend euro.
3.
a.Het vertegenwoordigen van de gemeente buiten rechte (artikel 171 Gemeentewet) ter
uitvoering van beslissingen die zijn genomen in de uitoefening van de bevoegdheden die zijn
omschreven in dit mandaatbesluit.
b.Het aanwijzen van gevolmachtigden voor het uitoefenen van de onder a genoemde bevoegdheid.
C.Bestuursrechtelijke rechtshandelingen
1.
Het vaststellen van formulieren als bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens.
2.
Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet openbaarheid van bestuur.
3.
Het nemen van beslissingen omtrent het niet behandelen van aanvragen als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
4.
Het inwinnen van advies als bedoeld in afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
5.
Het horen van een aanvrager en belanghebbenden als bedoeld in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht (De voorbereiding).
6.
De uitoefening van bevoegdheden als bestuursorgaan bij of krachtens afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Beslistermijn).
7.
Het vaststellen van beleidsregels dan wel richtlijnen met betrekking tot de aan de wijkteams opgedragen taken en bevoegdheden.
8.
De uitoefening van bevoegdheden als bestuursorgaan in het kader van de klachtbehandeling van derden inzake (de medewerkers van) een wijkteam op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, en indien van toepassing voor zover niet wordt afgeweken van het advies van de klachtcommissie Wijkteams.
9.
Het nemen van besluiten en het verrichten van werkzaamheden voortvloeiende uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), behoudens de benoeming van een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in hoofdstuk 9 paragraaf 2 van deze wet.
2.De functionaris als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden opdragen aan de door hem aan te wijzen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen. Hij kan de betreffende personen daartoe instructies geven.
Hoofdstuk
Artikel 3
Algemeen mandaat aan de Eenheidsmanager
Onderdeel van Algemeen Mandaat- en Volmachtbesluit 2016