Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Subsidieverplichtingen

Onderdeel van Nadere regel subsidie Peuteropvang/Peuterspeelzaalwerk 2017

De in dit artikel genoemde verplichtingen worden in een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd waardoor de subsidie-ontvanger verplicht is om hieraan te voldoen. Aan de subsidie-ontvanger als bedoeld onder artikel 1 onder c kan het college de volgende verplichtingen opleggen: de aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalenderjaar blijkt met daarbij een specificatie van: de periode en het aantal dagdelen waarin de (doelgroep)peuter deelneemt aan de peuteropvang / peuterspeelzaalwerk; de hoogte van de eigen bijdragen van ouders voor zover dit relevant is voor de subsidieverlening; of een peuter doelgroeppeuter is op basis van de afgegeven indicatiestelling. de aanbieder verstrekt elke maand een overzicht van de berekening van de subsidiebijdrage per benutte kindplaats op basis van de door de aanbieder bijgehouden administratie. de aanbieder werkt (pro)actief mee bij: het aanbieden van voorschoolse educatie (minimaal 10 uur of minimaal 4 dagdelen van minimaal 2,5 uur per week) tot maximaal 12 uur per week aan geïndiceerde doelgroeppeuters; overleg en samenwerking met de GGD (Jeugdgezondheidzorg/consultatiebureau) - op incidentele en structurele basis - teneinde ouders van doelgroeppeuters toe te leiden naar deelname aan voorschoolse educatie door onder andere door een actieve benadering en het geven van voorlichting; het (mee) realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn; ontwikkelen, versterken en vergroten van ouderbetrokkenheid; het realiseren van een (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling; het werken met een kind- en / of ontwikkelvolgsysteem; het vastleggen en de borging van afspraken die gezamenlijk met andere betrokken partners worden gemaakt - mede in het kader van het voorkomen en het aanpakken van onderwijsachterstanden en andere relevante thema’s in het kader van de Lokale Educatieve Agenda; het ontplooien van activiteiten die zijn gericht op het verkrijgen van (meer) zicht op het (non)-bereik van doelgroeppeuters; het samenwerken, afstemmen en overleggen met andere betrokken partners zoals het basisonderwijs, het consultatiebureau, logopedisten, opvoedondersteuners, sociaal team, etc.; deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing, toetsing alsmede het ontplooien van activiteiten teneinde te voldoen aan regelgeving; overige activiteiten die in het belang zijn voor de kwaliteit(seisen) van de uitvoering van het (doelgroep)peuterwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel