Naar hoofdinhoud

Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen 2016

70 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1Inleiding en toepassingsgebied
  2. Art. 2Begrippen
  3. Art. 3van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.
  4. Art. 3a.
  5. Art. 4van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks) belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.
  6. Art. 5
  7. Art. 6van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op:
  8. Art. 7van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:
  9. Art. 7avan de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt. Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.
  10. Art. 7bCessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting
  11. Art. 8van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.
  12. Art. 9van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.
  13. Art. 10,tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.
  14. Art. 11van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.
  15. Art. 12van de wet bepaalt dat de invordering van de belastingaanslag kan geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel
  16. Art. 13Betekening van het dwangbevel
  17. Art. 14van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
  18. Art. 15.
  19. Art. 16Doorlopend beslag
  20. Art. 17van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is gericht in verzet komen.
  21. Art. 18.
  22. Art. 19Doen van een vordering
  23. Art. 20Lijfsdwang
  24. Art. 21Voorrecht rijksbelastingen
  25. Art. 22van de wet gaat over het bodemrecht.
  26. Art. 22bisMededeling
  27. Art. 22a.
  28. Art. 23.
  29. Art. 23a.
  30. Art. 24van de wet regelt de verrekening door de ontvanger van in te vorderen en uit te betalen bedragen. Bij de verrekening mag de ontvanger geen gebruik maken van de algemene verrekeningsbepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Tijdens faillissement, surseance en wettelijke schuldsanering geldt artikel 24 van de wet niet; dan zijn de artikelen 53 tot en met 56, 234, 235 en 307 van de FW van toepassing.
  31. Art. 25Uitstel van betaling
  32. Art. 25aUitstel van betaling exitheffingen
  33. Art. 26,eerste lid, van de wet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rijksbelastingen. De ontvanger verleent gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht.
  34. Art. 27Verjaring
  35. Art. 27aBetalingskorting
  36. Art. 28van de wet regelt het in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente.
  37. Art. 28a,28b en artikel 28c
  38. Art. 29.
  39. Art. 30van de wet bepaalt dat de ontvanger het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de AWR van toepassing. De ontvanger kan geen betalingskorting verlenen van belastingen.
  40. Art. 31en artikel 31a
  41. Art. 32van de wet bepaalt dat naast de aansprakelijkheidsbepalingen die in hoofdstuk VI van de wet zijn opgenomen, de ontvanger ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen in andere wettelijke regelingen. De ontvanger kan dus ook een beroep doen op aansprakelijkheidsbepalingen uit bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel.
  42. Art. 33van de wet bevat hoofdelijke aansprakelijkheidsregels die gelden voor de invordering van alle (rijks)belastingen.
  43. Art. 34tot en met 47
  44. Art. 48van de wet regelt niet de aansprakelijkheid van de erfgenaam, maar geeft aan dat de erfgenaam - als rechtsopvolger van de erflater - niet voor alle belastingaanslagen voor het volle bedrag zal worden aangesproken.
  45. Art. 48aAansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting
  46. Art. 49van de wet regelt de formele bepalingen voor aansprakelijkstellingen. Het geeft aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels, maar gelden ook voor de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel.
  47. Art. 51Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid
  48. Art. 52Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling
  49. Art. 53Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding
  50. Art. 54van de wet regelt de uitbetaling van een teruggaaf aan de aansprakelijk gestelde die het gevolg is van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.
  51. Art. 55tot en met 57
  52. Art. 58van de wet regelt de verplichting voor de belastingschuldige en de aansprakelijkgestelde tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen en het ter beschikking stellen van gegevensdragers die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van belang zijn.
  53. Art. 59Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
  54. Art. 60van de wet regelt de formele bepalingen voor de informatieverplichtingen.
  55. Art. 61van de wet bepaalt voor de in de artikelen 58, 59 en 60 van de wet opgenomen verplichtingen dat niemand zich op geheimhouding kan beroepen, zelfs niet als die geheimhoudingsverplichting bij wettelijk voorschrift zou zijn opgelegd.
  56. Art. 62Informatieverplichtingen van de administratieplichtige
  57. Art. 62van de wet legt aan derden de verplichting op om gegevens en inlichtingen die voor de invordering van belang kunnen zijn te verstrekken aan de ontvanger van de rijksbelastingdienst. In artikel 246a van de Gemeentewet is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld om de artikelen 59 en 62 van de Invorderingswet 1990 geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren of een overeenkomstige bepaling vast te stellen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 62. In een aantal gevallen kunnen gemeenten echter toch gebruik maken van inlichtingen van derden. Het kan daarbij gaan om de volgende gevallen:
  58. Art. 62bis
  59. Art. 62a,63 en 63a
  60. Art. 63cen 64
  61. Art. 65Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf
  62. Art. 65aen artikel 66
  63. Art. 67van de wet regelt de geheimhoudingsplicht. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt als:
  64. Art. 67a
  65. Art. 68tot en met 72
  66. Art. 73Insolventieprocedures
  67. Art. 74Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
  68. Art. 75Kosten van vervolging
  69. Art. 76tot en met 79
  70. Art. 80Invordering, Awb en het moment van vaststelling van naheffingsaanslagen