Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 2

Kernbegrippen van integriteit

Onderdeel van Bestuurlijke integriteitscode gemeente Someren 2016

1.. Een bestuurder legt intern verantwoording af aan collega-bestuurders en de gemeenteraad en extern aan organisaties en burgers voor wie een bestuurder zijn functie vervult. 2.. Een bestuurder handelt in overeenstemming met de onder sub a tot en met f genoemde kernbegrippen van integriteit: Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie, waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. Zorgvuldigheid Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Rechtspraak bij dit artikel