**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf de
spreekplaats of van hun zitplaats en richten zich tot de
voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
plaats spreken.
**3..** Een lid van de raad voert het woord nadat dit aan de voorzitter
gevraagd is en verkregen is.
**4..** De volgorde van sprekers wijzigt wanneer een lid van de raad het
woord vraagt over de orde van de vergadering.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 26.
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016