Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6.

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden / burgercommissieleden

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016

1.. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2.. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. 3.. De commissie brengt na haar onderzoek advies uit aan de raad over de toelating van de nieuwe benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 4.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt na de raadsverkiezingen, in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling. 5.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 7.. Niet-raadsleden, de burgercommissieleden, worden door de raad benoemd en leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie een eed of verklaring en belofte af ten overstaan van de voorzitter. Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “raadscommissie”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel