Van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor
de
voorziening in het bestaan is onder meer sprake als:
tijdens of voorafgaande aan de aanvraag om bijstand
aanwezig vermogen onverantwoord ingeteerd is;
ten tijde van de bijstandsverlening vermogen waarop
aanspraak
gemaakt kan worden verwerpt, vervreemd of bezwaard;
voorafgaande aan of tijdens de bijstandverlening geen gebruik
wordt gemaakt van een voorliggende voorziening.
voorafgaande aan de bijstandsverlening verwijtbaar inkomen
uit arbeid verliest.
In geval van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid, zoals
bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt de
bijstandsnorm voor de
duur van het aantal maanden dat geen beroep op een
uitkering nodig zou zijn geweest,
indien wel op een verantwoorde wijze op het meer dan
het vrij te laten vermogen zou zijn ingeteerd, verlaagd met 20%.
De in het tweede lid bedoelde verlaging kan gedurende maximaal
36
maanden worden opgelegd.
In geval van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid,
zoals
bedoeld in het eerste lid sub c en d, wordt de bijstandsnorm
gedurende
1 maand verlaagd met 100%.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2016 Gemeente Heerlen