De commissievoorzitter zendt ten minste twaalf dagen voor
een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep
en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken,
met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid,
van de Gemeentewet bedoelde stukken.
Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 11 eerste
lid wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende
stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 10
Oproep en voorlopige agenda
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015