Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6:

Artikel 6.7

Weigeringsgronden woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011 gemeente Beuningen (Wmo-verordening)

Het recht op een woonvoorziening vervalt indien: de persoon met beperkingen is verhuisd vanuit een woning waarin hij bij normaal gebruik geen belemmeringen ondervond, tenzij er een belangrijke reden voor de verhuizing bestond; of de persoon met beperkingen niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; of er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden (naar objectief medische maatstaf aanwezige) beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de persoon bewoonde woning; of de beperkingen niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; de woonvoorziening als bedoeld in artikel 6.2 lid 1 sub a aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel