**1..** Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien
jaar.
**2..** De aflossing vangt aan, na beëindiging van de bijstandverlening, op het
moment van het opleggen van de betalingsverplichting en vindt
maandelijks plaats.
**3..** Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van twee
jaar vastgesteld, tenzij de aflossing voldoende is om de geldlening
binnen de periode van 10 jaar af te lossen.
**4..** De hoogte van de maandelijkse aflossing wordt vastgesteld aan de hand
van een draagkrachtberekening voor terugvordering.
**5..** Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de PW dat niet uitgaat
boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3,
paragraaf 3.1.tot en met 3.3 van genoemde wet, wordt geen aflossing
gevergd.
**6..** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt zo nodig
tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger
bedrag vastgesteld.
**7..** Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar
schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het
nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en is
daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
Artikel 6
Aflossingsvoorwaarden hypotheek
Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek Participatiewet 2016