**1..** Als de belanghebbende van de gemeente een uitkering ontvangt voor de kosten van levensonderhoud, dan wordt de vordering, in overeenstemming met de artikelen 60 van de Participatiewet en 28 van de IOAW/IOAZ, verrekend met deze uitkering.
**2..** Rekening houdend met de beslagvrije voet, wordt bij verrekening de afloscapaciteit vastgesteld op 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of netto grondslag IOAW/IOAZ.
**3..** Als verrekening van de vordering niet (meer) mogelijk is, dan wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld (het restant van) de vordering volledig te voldoen binnen zes weken of in maandelijkse termijnen met ten minste 10% van het wettelijk minimumloon.
**4..** Van het minimale termijnbedrag van 10% wettelijk minimumloon, genoemd in lid 3, kan afgeweken worden als de belanghebbende daarom vraagt, onder overlegging van financiële en andere relevante gegevens. Het college stelt op grond van de individuele situatie het maandelijks af te lossen bedrag vast en bevestigt dit schriftelijk aan de belanghebbende.
**5..** Zolang de belanghebbende correct aan de betalingsverplichtingen voldoet, vindt er geen heronderzoek plaats naar de afloscapaciteit, tenzij de belanghebbende daar zelf om vraagt. Lopende aflossingen en verrekeningen voor inwerkingtreding van deze nadere regels blijven gehandhaafd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 11
Terugbetaling en afloscapaciteit
Onderdeel van Nadere regels Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop 2016